Diagnose

ADHD is nog niet vast te stellen aan de hand van objectieve gegevens uit lichamelijk onderzoek of bloed- en urinetesten. De diagnose wordt meestal door een arts gesteld aan de hand van systematisch verkregen gegevens van de patiënt zelf, ouders, leerkrachten, partner, werkgever en bevindingen uit onderzoek van diverse deskundigen uit de medische en psychologische beroepsgroep.

Artsen luisteren heel goed naar de patiënt zelf en de personen om hem heen, om kenmerkende symptomen van ADHD in hun verhaal op te sporen. Hiervoor kunnen ook gestandaardiseerde vragenlijsten worden gebruikt. Wanneer de symptomen overeenkomen met de criteria die zijn opgesteld in het internationale classificatiesysteem van de geestelijke gezondheidszorg, de DSM5, kan de diagnose ADHD worden bepaald. Deze diagnose kan alleen gesteld worden door behandelaren die hiervoor zijn opgeleid en er ervaring mee hebben, zoals een (kinder- en jeugd-) psychiater, een in ADHD gespecialiseerde kinderarts, of een psycholoog