Welke

behandelopties

zijn er?

Zorgen voor goede bloedglucosewaarden is nodig om complicaties van diabetes te voorkomen. Niet roken, een goede bloeddruk en goede cholesterolwaarden zijn daarbij minstens zo belangrijk. Als diabetes type 2 in een vroeg stadium wordt vastgesteld adviseert de arts in veel situaties eerst een dieet en lichaamsbeweging. Daarna wordt indien nodig overgegaan op tabletten of –in een later stadium- insuline. Mensen met type 1 kunnen alleen worden behandeld met insuline.
 

Mensen met diabetes type 2 kunnen vaak in eerste instantie volstaan met bloedglucoseverlagende tabletten. Afhankelijk van de werking zijn er medicijnen die de alvleesklier stimuleren tot afgifte van insuline; lichaamscellen gevoeliger maken voor insuline of de opname in de darm van glucose vertragen. Een combinatie van twee of alle drie soorten komt ook voor.

Voor mensen met diabetes type 1 is behandeling met insuline noodzakelijk. Insuline wordt met een injectie of insulinepomp toegediend, meestal door de patiёnt zelf. Afhankelijk van het type diabetes, de leefstijl, de bloedglucosegehaltes en de insuline varieert het aantal injecties van 1 tot 4-5 keer per dag. Een insulinepomp geeft voortdurend een aangepaste dosis insuline in kleine hoeveelheden af. Meestal vullen mensen met diabetes het pompreservoir zelf en vervangen ze hun infusieset om de 2 of 3 dagen.