Hoe wordt de

diagnose

gesteld?

Diabetische perifere neuropathische pijn (DPNP) wordt meestal gediagnosticeerd op basis van de klachten die patiënten ervaren. Op het moment dat klachten zich voordoen is het proces van beschadiging of vernietiging van het perifere zenuwstelsel al geruime tijd aan de gang. 

De meest eenvoudige manier om DPNP vast te stellen is het meten van de staande en liggende bloeddruk. Bij mensen met diabetische neuropathie werkt de reflex die ervoor zorgt dat de bloeddruk stabiel blijft bij het opstaan niet goed. Daarnaast kan in het beginstadium door middel van een EMG (electromyografie)  worden gemeten welke delen van het zenuwstelsel zijn beschadigd. Bij beschadigde zenuwcellen worden vertragingen gemeten en zijn ook de elektrische signalen zwakker.